Soorten aaltjes in de glastuinbouw

16 februari 2015 - Expertartikel

In de akkerbouw en vollegrondsteelt is aaltjesonderzoek (nematoden) steeds meer gemeengoed. Schadelijke aaltjes zorgen vaak voor kwaliteitsproblemen en verminderde opbrengst. Preventief onderzoek kan veel leed besparen. Maar hoe zit dat in de glastuinbouw? Veroorzaken aaltjes hier net zoveel schade?

“In de glastuinbouw wordt aaltjesonderzoek op dit moment minder routinematig uitgevoerd dan in de akker- en vollegrondstuinbouw”, vertelt Jan Hardeman. Hij is productmanager glastuinbouw bij Eurofins Agro. “Maar als er aaltjes aanwezig zijn, kunnen de gevolgen groot zijn. Er zijn daarom telers die ervoor kiezen het onderzoek regelmatig uit te voeren, om schade te voorkomen. Vaak komen aaltjesproblemen aan het licht nadat eerst ander onderzoek is uitgevoerd. Bijvoorbeeld als naar aanleiding van problemen in de teelt plantmateriaal wordt ingestuurd voor onderzoek en diagnose naar onze PlantDoctor. Aaltjesonderzoek is dan nodig om de hoeveelheden en soortbepaling te kunnen geven.”

In alle teeltsoorten

Aaltjes kunnen voorkomen in alle soorten substraten en ook in (drain)water. Jan Hardeman: “Voor aaltjesonderzoek in water hebben we een bijzondere vorm van monstername. 100 liter water wordt daarvoor door een zeef gespoeld. De monstergrootte is hiermee groot.”

In de glastuinbouw kunnen aaltjes nogal eens voor problemen zorgen. Natasja Poot, productmanager Bodemgezondheid, beveelt voor telers in de glastuinbouw het speciale kas- en buitenlandpakket aan. Natasja Poot: “In de glastuinbouw hebben we te maken met tropische soorten die buiten in de vollegrond niet voorkomen. Het aaltjesonderzoek speciaal voor kassen houdt hier rekening mee en kijkt naar alle mogelijke aaltjes. Samen met de Wageningen UR hebben we een database ontwikkeld met 2500 soorten. Steeds meer soorten kunnen we determineren door middel van DNA-onderzoek.”

Wortelknobbelaaltje

“In de groenteteelt onder glas wordt met name de tropische Meloidogyne (M. javanica en M. incognita) en M. hapla (noordelijk wortelknobbelaaltje) gevonden”, vertelt Natasja Poot. “Schade is bekend bij onder andere tomaat, komkommer, aubergine en paprika.”

De laatste jaren zijn er ook steeds meer problemen in de snijteelt met deze aaltjes. Er komen onder andere besmette monsters binnen van chrysant, gerbera en roos. Ook in substraatteelt kunnen wortelknobbelaaltjes voorkomen. Bij roos op substraat wordt voornamelijk M. hapla aangetroffen.

Wortelknobbelaaltjes hebben invloed op de fysiologie van de plant. Op de plaatsten waar de aaltjes de wortel binnen dringen worden reuzencellen gevormd. Dit is aan de buitenkant te zien door een knobbeltje of een verdikking van de wortel. De eitjes worden in en op de knobbels gelegd in een soort gelatinepakketje. Eén pakketje bevat 300 tot 500 eitjes. De eitjes hebben maar 5 à 10 graden nodig om uit te komen, wat dus altijd het geval is in kassen.

 

Wortellesieaaltje

Een ander soort dat regelmatig voor schade in de glastuinbouw zorgt is Pratylenchus (wortellesieaaltjes). Natasja Poot: “Pratylenchus penetrans kan schade veroorzaken in onder andere chrysant, alstroemeria, paprika en tomaat. Er komen ook tropische Pratylenchus voor. In alstroemeria wordt bijvoorbeeld P. bolivianus aangetroffen. Dit komt niet vaak voor, maar wanneer er een besmetting van P. bolivianus aanwezig is, is deze vaak hoog en kan tot grote problemen leiden. In substraatteelt lijkt de schade door Pratylenchus voor minder problemen te zorgen, maar de aaltjes kunnen wel voorkomen.”

Deze soort aaltjes dringen de wortel binnen en banen zich een weg tot diep in de wortel. De cellen waar de aaltjes langs komen worden leeggezogen en sterven af. Dit is aan de buitenkant te zien door bruine vlekjes (lesies). De aaltjes blijven hun hele leven mobiel en kunnen de afstervende wortels weer verlaten en nieuwe wortels infesteren. De eitjes worden los in de grond of in de wortels gelegd. Pratylenchus penetrans legt vijf weken lang elke dag 1 á 2 eitjes. De eitjes komen, bij warme temperaturen zoals in kassen, al na 9 tot 12 dagen uit.

 

Virusoverdracht door LX en trichdoriden

Longidorus en Xiphinema (LX) en trichodoriden veroorzaken naast directe schade ook indirecte schade aan door virusoverdracht. Zo kunnen bepaalde LX-aaltjes het Arabis mozaïekvirus, het latent aardbeikringvlekkenvirus en het tomatenzwartkringvirus overdragen.