Samenstelling uitgangswater varieert sterk
8 juli 2014 - Expertartikel
De chemische samenstelling van uitgangswater verschilt sterk. De kwaliteit van grondwater is afhankelijk van diverse factoren. Hetzelfde geldt voor oppervlakte- en leidingwater. Laat daarom minimaal eens per jaar uw uitgangswater onderzoeken, zodat u niet voor verrassingen komt te staan.
De hoeveelheid nutriënten in uitgangswater is nooit constant. In de bodem vinden allerlei processen plaats die de samenstelling van grond- en oppervlaktewater bepalen. In het onderzoeksrapport Grondwater in perspectief van Alterra is duidelijk te lezen welk factoren dit allemaal zijn. Voor grondwater zijn kenmerken van het ‘voedingsgebied’ en het verblijf van het water in de diepere ondergrond van groot belang. De samenstelling van oppervlaktewater wordt zowel bepaald door regenwater als bronwater en is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. In tijden van droogte voeren rivieren en beken vooral uittredend grondwater af. In natte perioden komt de samenstelling echter bijna overeen met regenwater.
Opbrengst en kwaliteit gewas
Grote verschillen dus, zowel per locatie als in tijd. Deze verschillen bepalen mede wat u moet doen aan bemesting en kunnen de kwaliteit en opbrengst van het gewas bepalen. Het is belangrijk om hiermee rekening te houden. Calcium en magnesium bijvoorbeeld, zijn voedingselementen voor de plant. Als ze echter in grotere hoeveelheden in het water voorkomen dan ze door de plant worden opgenomen, blijven ze in de grond of het substraat achter. Hiermee verhoogt u onnodig de ionenconcentratie van het bodemvocht.
Sulfaat en EC
Een ander voorbeeld is sulfaat. Hoge concentraties zijn voor de meeste gewassen niet direct schadelijk. Het verhoogt echter wel het zoutgehalte van gietwater. Dit kan nadelig zijn als de grenzen voor de EC daardoor worden overschreden. Bij hoge sulfaatgehalten kan bij watergeven over het gewas heen, neerslag van calciumsulfaat (gips) op de bladeren worden afgezet. Deze neerslag is vaak moeilijk te verwijderen.
Stijging van de pH
Bicarbonaat in water kan verschillende nadelen hebben. Het kan neerslaan met calcium en magnesium. Als het water zelf niet voldoende calcium en magnesium bevat, zal dit aan de bodemoplossing onttrokken worden. Deze wordt daardoor arm aan deze elementen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van bicarbonaat voor een stijging van de pH.
Bovengenoemde elementen zijn zomaar wat voorbeelden die van invloed zijn op de teelt. Ook sporenelementen spelen een rol. Denk aan zaken als ‘boriumvergiftiging’ of aan ‘bladverbranding’ bij te hoge gehalten aan zink.
Wij raden aan om minimaal één keer per jaar uw uitgangswater te controleren. Wilt u meer informatie? Raadpleeg dan onze website of neem contact op met onze klantenservice.
