Ralstonia solanacearum groot probleem in rozenteelt

7 januari 2016 - Expertartikel

Ralstonia solanacearum, de bacterie die bruinrot veroorzaakt, zorgt voor kopzorgen  bij rozentelers. Op dit moment adviseren we extra alert te zijn door het recirculatiewater stelselmatig te laten analyseren. In dit artikel gaan we in op de actuele situatie.

In augustus 2015 werden bij de eerste twee rozentelers in Nederland Ralstonia Solanacearum gevonden. Inmiddels is bekend dat in ieder geval 10 rozenbedrijven in Nederland besmet zijn. Plantentelers zijn alert, maar ook bezorgd. En dat is terecht, want de bacterie is zeer hardnekkig en kan zich gemakkelijk verspreiden.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft het onderzoek naar de bacterie Ralstonia solanacearum inmiddels uitgebreid naar alle snijrozentelers in Nederland. In de eerste weken van dit jaar bezoekt de controledienst nog eens 100 snijrozentelers. De NVWA neemt watermonsters, plantmonsters en zal het gewas inspecteren. De NVWA wil zo de verspreiding van Ralstonia Solanacearum in kaart brengen en uitbreiding voorkomen.

 

 

Route besmet materiaal

Naast de controles wordt er ook onderzoek gedaan naar de leveringen aan besmette bedrijven. Zo wil het Ministerie van Economische Zaken de ‘route’ in kaart brengen van de bacterie. Waar komt het vandaan? Wat is de bron?

Ralstonia solanacearum is een Q-organisme en ook bekend van bruinrot in aardappelen. Het houdt in dat de NVWA op de hoogte gebracht moet worden bij aantoning van deze bacterie in zowel plantmateriaal als water. Rozentelers dienen dus heel voorzichtig zijn met het pathogeen en verspreiding te voorkomen. 

Verschillende varianten

Ralstonia solanacearum in roos is een tropische variant, race 1. Dit is een andere variant dan die in aardappel in Nederland bruinrot veroorzaakt. In de aardappelteelt gaat het om een  koude minnende variant, race 3. Aantasting in de rozenteelt was tot dusver nog niet bekend. Wel is in Nederland al eerder (in 2014 en 1997) Ralstonia solanacearum race 1 aangetroffen, maar toen in Curcuma die afkomstig was uit Thailand.

Verspreiding Ralstonia solanacearum

Ralstonia solanacearum is zeer hardnekkig en kan zich onder andere goed verspreiden via water. Het kan er ook lang in overleven. De bacterie verplaatst zich systemisch door de plant. Via de vaatbundels verspreidt de bacterie zich door de plant. De bacterie kan ook latent aanwezig zijn in de plant. Dat wil zeggen dat aanwezigheid van de bacterie in de plant niet zichtbaar hoeft te zijn. Dit maakt het ook zo moeilijk om de bacterie te detecteren, in het bijzonder bij stekmateriaal. De stek kan er gezond uitzien, maar toch de bacterie bij zich dragen. In een later stadium, als de plant onder stress komt te staan, kan bijvoorbeeld door hoge productie, de plant verzwakken en de bacterie toeslaan. Het gevolg is dan dat de kans op symptomen in de plant groter wordt en planten verwelken of vergelen, vaatbundels bruin verkleuren en mogelijk ook rotsymptomen aan de stengelbasis gaan vertonen. De zichtbaarheid van de symptomen is overigens verschillend per ras.

Hoewel dit het algemene beeld is ziet Eurofins Agro ook afwijkende ziektebeelden. Het kan per ras verschillend zijn. Zo kennen we een voorbeeld waarbij na het knippen er bruin-zwarte verkleuringen ontstaan. Deze verkleuringen breiden zich uit naar beneden in de plant. De knoppen lopen pas later uit of helemaal niet.

 

Snijden van takken

Hygiëne is heel belangrijk en zeker bij het snijden van de takken. Mogelijk wordt bij het snijden van takken in het gewas de bacterie verspreid van de ene tak naar de andere. Ook is bekend dat de bacterie polyfaag is: deze bacterie kan veel plantensoorten besmetten. Dit geeft meteen aan dat niet alleen rozentelers alert moeten zijn, maar ook telers van andere soorten. 

 

 

Wat kunt u nu doen?

Detectiegrens

Houd bij het onderzoek rekening met een detectiegrens. Wordt de bacterie aangetoond en heb je hem in handen? Dan weet je zeker dat de besmetting aanwezig is. Maar wordt de bacterie niet geïsoleerd, bijvoorbeeld bij symptoomloos materiaal, dan wil dat nog niet zeggen dat de bacterie niet aanwezig is. Hier kun je te maken hebben met de detectiegrens van de bacterie in deze methode. Het is moeilijk in te schatten hoeveel materiaal (aantal planten of hoeveelheid water) getest moet worden om de bacterie aan te tonen. Dit geeft aan hoe lastig het probleem is en de uitslag van een onderzoek soms voor verwarring kan zorgen.

 

 

Eurofins Agro begrijpt dat de besmettingen bij rozentelers tot bezorgdheid leiden. Na een besmetting dient alles schoongemaakt te worden onder toezicht van de NVWA. Daarna mogen er weer planten geplaatst worden. Al met al gaat het om een behoorlijk bedrijfsrisico. Wilt u meer informatie of contact met onze PlantDoctor Trudie Coenen? Dat kan door te bellen naar onze klantenservice via 088-876 1014 of mail naar horti@eurofins-agro.com