pH substraat bijsturen met ammonium
30 april 2015 - Expertartikel
De pH in het wortelmilieu van substraat is bij te sturen via de dosering van ammonium (NH4+). In dit artikel leggen we de werking hiervan uit en zetten we enkele tips voor u op een rij om een optimale pH te kunnen handhaven.
De pH in het wortelmileu is belangrijk voor een goede opname van voedingsstoffen. Onder normale omstandigheden moet de pH van het druppelwater liggen tussen de 5.3 en 6.0. Afwijkingen gaan al snel ten kosten van productie en kwaliteit. Zo neemt bij een pH hoger dan 6.5 de opname van fosfaat en sporenelementen af. Daarnaast kan er calciumfosfaat neerslaan met als gevolg een laag fosfaatcijfer bij de analyseresultaten. Bij een pH lager dan 5.0 neemt de beschikbaarheid van alle elementen af, uitgezonderd mangaan. Er kan wortelbeschadiging optreden als de pH te laag wordt. Bij een pH onder de 5.3 is het bufferend vermogen van het bicarbonaat (HCO3-) verdwenen. De pH wordt dan instabiel.
Ammonium en pH: hoe werkt het?
Planten nemen stikstof op. Het grootste deel van de behoefte wordt gedekt met NO3-. Echter de plant neemt stikstof in de vorm van ammonium (NH4+) makkelijk op. Al het NH4+ dat in de voedingsoplossing aanwezig is, wordt opgenomen. Bij de opname van NH4+ staat de wortel een H+-ion af. Hierdoor daalt de pH in het wortelmilieu.
Een plant die goed groeit, neemt veel stikstof op. Een groot deel van de behoefte wordt gedekt met NO3-. In verhouding neemt het gewas meer NO3- op dan NH4+. Hierdoor stijgt de pH. Bij een geringe groei is de opname van stikstof lager. Ook dan wordt al het NH4+ dat in de voedingsoplossing zit, gebruikt. In verhouding neemt de plant meer NH4+ op, met als resultaat dat de pH daalt.
Schommelingen in de pH zijn vaak voorspelbaar. De verschillende oorzaken zijn namelijk bekend.
Zie onderstaande tabel:
pH verhogend
pH verlagend
Groeizaam gewas
Veel bloemen
Goed weer
Veel vruchtdracht
Voorjaar
Slechte groei
Zomer
Najaar
Water met veel bicarbonaat
Winter
Met lagere EC druppelen
Met hogere EC druppelen terwijl veel zuur in de bakken is opgelost
pH bijsturen
De pH kunt u onder andere bijsturen door de hoeveelheid ammoniumnitraat te variëren ten opzichte van het standaard advies. Als de pH in het medium laag is, kan door minder ammoniumnitraat toe te dienen een verdere pH-daling worden voorkomen. Meer ammoniumnitraat toedienen heeft een pH-verlagend effect. Als de pH structureel te hoog is, is het toedienen van extra ammoniumnitraat zinvol. Door de pH-daling verbetert de opname van sporenelementen en fosfaat. Voor de toediening van ammonium kunt u in principe de volgende standaard volgen:
Dosering van ammonium bij substraatteelten (mmol/l) (1 mmol/l NH4+ is 12.5 liter ammoniumnitraat (1000 liter bakinhoud, 100 x geconcentreerd)
pH
<5.0
5.0-5.5
5.5-6.0
6.0-6.5
6.5-7.0
>7.0
Dosering
Weglaten
Minder
Standaard
Standaard
0.2 toevoegen
0.4 toevoegen
Bij het gebruik van bovenstaande tabel is het van belang om rekening te houden met de volgende voorwaarden:
- U kunt de tabel gebruiken als de geanalyseerde hoeveelheid NH4+ (zie analyseverslag!) kleiner is dan 0.5 mmol/l
- Als het geanalyseerde NH4+-gehalte tussen de 0.5 en 1.0 mmol/l ligt, dan is extra ammoniumnitraat toevoegen pas nodig als de pH hoger is dan 7.0.
- Een NH4+-gehalte hoger dan 1.0 komt voor als nieuwe matten zijn volgedruppeld of als in het monster relatief veel druppelwater is meegenomen. Is daarnaast ook de pH in de mat laag? Dan raden wij aan om ammoniumnitraat niet meer toe te voegen (gedeeltelijk, voor een korte periode).
- Als het geanalyseerde bicarbonaatgehalte (HCO3-) hoger is dan 0.5, dan mag 0.2 mmol/l NH4+ meer dan in de tabel staat, worden toegevoegd. Daarnaast is het goed om na te gaan of het bicarbonaat van het uitgangswater wel voldoende is geneutraliseerd.
Ammonium apart doseren
Een andere methode om de NH4 te doseren is om de ammoniumnitraat niet in de A- en B-bakken op te lossen, maar deze apart te doseren. De dosering regelt u dan afhankelijk van de pH die u in het wortelmilieu meet. Stijgt de pH? Dan kan de dosering omhoog; daalt de pH? Dan kan de dosering omlaag. De dosering varieert dan van 0 – 1.5 mmol/l. Bij dalende en lage pH geen ammonium en bij hoge en of stijgende pH doseert u 1.5 mol/l. Voordeel is dat u de dosering geheel op de situatie in uw teelt en in het wortelmilieu kan afstemmen en ook dat u snel kan reageren (en niet hoeft te wachten tot een volgende A- en B-bak vulling). Het vergt ervaring om hier goed mee om te gaan, maar het kan een heel effectieve manier zijn om de pH in het wortelmilieu bij te stellen.
Vloeibare in plaats van vaste kalksalpeter
Nog een andere manier om bij een lage pH minder ammoniumnitraat mee te geven is het gebruik van vloeibare in plaats van vaste kalksalpeter. Vaste kalksalpeter bevat namelijk naast 1.0 mmol/l Ca(NO3-)2 ook 0.2 mmol/l NH4+. De kilogrammen vaste kalksalpeter in het advies kunt u eenvoudig vertalen in liters vloeibare kalksalpeter. Vuistregels is dat u de kilo’s kunt vervangen door liters.
Naast het bijsturen van de pH door de hoeveelheid ammoniumnitraat te variëren zijn er ook andere mogelijkheden:
- Zuurregeling
- Waterkwaliteit
- Klimaatregeling
- Groeibeïnvloeding
Meer weten? Neem contact op met Klantenservice Horti via horti@eurofins.com of bel met 088 876 1014.
