Betrouwbare diagnose van aaltjes met DNA-methode in de glastuinbouw

1 april 2019 - Expertartikel

Aaltjes komen in de glastuinbouw voor in zowel grondteelten als in substraat. Er zijn verschillende besmettingsbronnen en bij hergebruik van matten wordt het risico op een aaltjesbesmetting groter. Tijdig signaleren kan veel problemen voorkomen. DNA-analyse vergroot de kans op het aantonen van lage aantallen en brengt de aaltjes op soort. 

Het meest voorkomende aaltje in de glastuinbouw is het wortelknobbelaaltje Meloidogyne spp. Dit aaltje veroorzaakt zowel in de groente- als in de sierteelt problemen (o.a. roos, chrysant en lisianthus). Het aaltje vermenigvuldigt zich bijzonder snel en is het meest schadelijke aaltje in kassen. Daarnaast komen ook wortellesieaaltjes (Pratylenchus spp.) en diverse vrijlevende wortelaaltjes voor. Sommige vrijlevende wortelaaltjes, zoals trichodoriden,  Longidorus spp. en Xiphinema spp., kunnen ook schadelijke virussen overdragen. Tot slot veroorzaken bladaaltjes, cystenaaltjes, wortelnecroseaaltjes en stengelaaltjes schade in de tuinbouw.

Het tijdig signaleren van een aaltjespopulatie en weten om welk aaltje het gaat maakt het mogelijk om de juiste beheersmaatregelen te nemen. Eurofins Agro kan aaltjes in zowel grond als substraat analyseren met de microscoop of via DNA-analyse. Ook kan plantmateriaal worden ingestuurd of kan  drainwater (100 liter per analyse) worden gezeefd om te kijken naar de aanwezigheid van schadelijke aaltjes. Er kan naar alle aaltjes worden gekeken of specifiek naar een bepaalde groep of soort aaltjes die schadelijk zijn voor een teelt.


Twee analysemethoden

Er zijn twee manieren methoden om te bepalen welke aaltjes aanwezig zijn in een grondmonster.

De DNA-methode is dus erg gevoelig voor lage aantallen. Bovendien lukt bij microscopisch onderzoek  een determinatie lang niet altijd. Met de DNA-methode worden daarnaast mengpopulaties veel beter in kaart gebracht doordat altijd naar honderd procentvan de suspensie wordt gekeken en alle aaltjes op soort worden gebracht.

In sommige gevallen is het zinvol om organisch materiaal tijdelijk weg te zetten (twee weken) om eitjes en larven uit te laten komen, voordat er verder onderzoek wordt uitgevoerd. Deze zogenaamde incubatie verhoogt de betrouwbaarheid van een aaltjesonderzoek.

Meer weten? Neem contact op met horti@eurofins.com